nlende

Over ons

Slow Life.....rust, reflectie, retraîte

Jan Senden was een van de eerste boeren in Nederland die, aan het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw, zijn eerste Limousin runderen vanuit Frankrijk naar Nederland bracht. Een pionier naar later bleek. Hij was er toen al van overtuigd dat aandacht voor het dier beter vlees zou opleveren dan bio-industrie. Jarenlang graasden de oerkoeien op de weilanden van de Gillishof. Een nieuwe generatie heeft deze tak van sport weer opgepakt. Onder de naam haKOEna bevolken ook nu weer Limousin en Blonde d’Aquitaine runderen de landerijen van de Gillishof. U kunt ter plekke komen kijken hoe ze genieten. De beesten genieten van hun stressloos Slowlife en dat is te merken. Ze produceren een stevig en mals stukje vlees dat direct te onderscheiden is van het in de supermarkt te krijgen vlees. U weet wat u koopt; direct van de boer, verpakt in overzichtelijke porties en pakketjes met een beschrijving van wat erin zit en hoe u het vlees moet garen. Ga naar hakoena.com komt u meer te weten over dit voortreffelijk, natuurlijk produkt.

Retraîte

Er even tussenuit en echt tijd voor jezelf maken. Even geen zorgen over de dag van morgen of volgende week hoeven maken. Je hoofd leegmaken en ruimte creëren voor wat anders. Misschien wil je wel even helemaal niets. Of ben je toe aan impulsen om een goed boek te schrijven. Sta je aan de vooravond van een belangrijke beslissing. Wij helpen je aan een programma op maat. Tijd voor jezelf in een unieke rustige omgeving.

Gewoon zoals jij het wil. 

 

.romeinse vondst gillishof

Geschiedenis Gillishof in Vogelvlucht

Op 10 febr. 1321 schonk Goswinus, ridder van Keverenberg, een in Aken gelegen kapel met bijbehorende hoeve en landerijen aan Gerardus van Loon, landcommandeur van de Balije Alde Biezen van de Duitse Orde, met de voorwaarde dat er in Aken een Commanderie van de Orde gesticht zou worden. Tot deze goederen heeft waarschijnlijk ook de huidige boerderij de Gillishof gehoord.

Feit is dat er enkele jaren later 21 morgen ‘ackerland’, gelegen in de Banck van Simpelvelt, ter plaatse genaamd ‘Kronenberch’ pal naast de monumentale Gillishof, verpacht werd aan een zekere Iwoin van Bouchouts.

In de loop van de eeuwen droeg de Gillishof diverse namen.
In 1452 is er sprake van de Ackhof zu Buicholt. Vanaf +/- 1520 vinden we in diverse oude akten de naam Gullishoff. Opvallend hierbij is dat de naam Gu(i)llishoff gebruikt wordt door de buitenwereld. De Duitse Orde gebruikt tot het midden van de 18eeeuw consequent de benaming ‘Der Hoff su Bocholt’. In de 20ste eeuw is Gillishoff helemaal vergeten en heet het in de volksmond Hoeve ‘Samerich’.
In 1595 komt de familie Ortmans op de proppen. Wegens de ‘saeppeliche zeiten’ krijgen ze een aanzienlijk gunstiger pacht contract . De tijden waren inderdaad sappelig. Doortrekkende legerbendes van zowel de Oranjes als de Spanjaarden, Fransen, Oostenrijkers enz lieten het platteland niet ongemoeid.
Ook de regionaal beruchte bende van de Bokkenrijders hielt in onze contreien huis. In feite was er van omstreeks 1580 tot na Napoleon constant sprake van oorlog.
De familie Ortmans is omstreeks 1750 al in de zesde generatie pachter van de hoeve. In 1788, na 193 jaar, gaat de erfpacht uit de familie.Tot de confiscatie door de Fransen in 1797 wordt de Gillishoff door drie verschillende pachters bewoond. Het geheel raakt dan snel in verval.Na de confiscatie wordt de hoeve door de Fransen geveild. Op 18 september 1804 wordt de hoeve weer verkocht. Koper is nu betovergrootvader Penners. Penners is gehuwd met Josepha Hennen . Rond 1840 nemen 2 dochters de hof over. De boerderij wordt in tweeën gedeeld en dwars over de binnenplaats wordt een muur gebouwd. De dames konden namelijk niet zo goed met elkaar opschieten. Een van hun nazaten, Jacob Gerards, arts in Den Haag, slaagt er rond 1890 in om alles weer in een hand te brengen. De muur wordt gesloopt en hij verpacht de hele zaak aan zijn zuster Theresia. ( mijn overgrootmoeder). Deze is getrouwd met Peter Joseph Senden . Zoon Leonard pakt samen met zijn oom Jacob de modernisering van de boerderij aan. De strodaken worden vervangen door pannendaken. Tevens worden de muren +/- 1 meter verhoogd, zodat er een bovenverdieping op de woningen kwam en de tasruimte in de schuren en stallen vergroot werd.
Leonards zoon Jan en diens vrouw Mia beginnen in 1977 met de verhuur van vakantie appartementen. Eerst het leegstaande gedeelte van het voorhuis en later de rechtervleugel.
Dochter Jacqueline neemt vanaf 1994 de rechtervleugel onderhanden. Vanaf 2005 beheert Jacqueline het volledige erfgoed .
Zij is de zesde generatie van vaderskant, die de sleutel van Gillishof bewaard.
Betbetovergrootvader van Jacqueline kocht op 18 september 1804 de hoeve. Jacqueline’s oma van vaders kant, Maria Caubo, stamde via haar moederskant af van de familie Ortmans die voor de Franse tijd de boerderij 193 jaar in erfpacht hadden.
Bij elkaar opgeteld betekent dit dat de Gillishof al meer dan 400 jaren in handen is van dezelfde familie.

Herinneringen aan WO II van bewoners van de Gillishof

Uit: Gillishof; Speuren naar sporen van 700 jaar hoeve-historie: pag. 134,135, 136

Oorlog!

Vrijdag 10 mei 1940 werden we ’s morgens zo tussen vier en vijf uur wakker door het motorgeluid van vliegtuigen. We wisten natuurlijk niet wat dat te betekenen had. Enige tijd later zagen we soldaten te voet en in een soort auto’s onder langs de weg voorbij trekken richting de Prickart. Dit duurde een hele tijd. Hoelang weet ik niet meer. Wat me het beste is bijgebleven van die dag, is dat wij kinderen in de loop van de voormiddag voor het huis in de tuin, op de bleek waren, en dat mijn vader daar met enkele andere mannen stond te kijken naar dat schouwspel en dat hij een sigaar rookte! Ik had pap nog nooit zien roken.Van het verdere verloop van die dag herinner ik me niets meer. We kregen wel direct te horen dat het de Duitsers waren die ons land waren binnengevallen. Veel later ben ik erachter gekomen dat de vliegtuigen die wij hoorden, zweefvliegtuigen met soldaten op sleeptouw hadden die even later het fort Eben-Emael zouden bezetten. Nog weer later las ik bij de historica Marianne Jungen dat er in de eerste meidagen van 1940 veertigduizend soldaten in privéwoningen in Aken waren ondergebracht.
De Duitsers waren via alle openingen die in de grensversperring zaten binnengetrokken; het hele dorp werd overspoeld. Ze waren niet alleen over de verharde wegen gekomen, maar zelfs door de velden. Op de Huugde hadden we een paar percelen liggen die met haver ingezaaid waren. Een van die percelen was totaal omgeploegd doordat de Duitsers er met hun pantserwagens doorheen gereden waren. De grensversperring was in de voorgaande jaren aangelegd door de Duitsers, als de voorste linie van de Westwall of Siegfriedlinie. De tweede linie bestond uit de höcker, betonnen obstakels die vijandelijke tanks moesten tegenhouden. Daarachter lagen dan nog de bunkers waar de kanonnen in stonden.
De voorste linie bestond uit een zes meter brede en drie meter hoge prikkeldraadversperring waar je met de beste wil van de wereld niet doorheen kon kruipen zonder je kleren, huid en halve body achter te laten. Hij was gemaakt van oerdegelijk Krupp-staal. Na de oorlog hebben de boeren en anderen hele stukken van die versperring gesloopt en draad en palen onder andere gebruikt om er afrasteringen van te maken die nog heel wat jaren zijn meegegaan.
In de eerste maanden van de bezetting kregen we tweemaal te maken met einkwartierung, het gedwongen onderdak verlenen aan de bezetters. Op de boerderij arriveerde dan een peloton soldaten met officieren, paarden, veldkeuken, enzovoorts. De paarden werden in de koestal gestald. Oom Joseph die normaliter de koeien in de stal molk, moest dat dan buiten op de mestvaalt doen. De soldaten sliepen op de hooizolder en de officieren eisten een bed op in het huis. Ze bleven een dag of twee, drie en trokken dan weer verder. Tijdens het verblijf werd er door de soldaten wacht gelopen. Ze liepen dan rond de boerderij om alles in de gaten te houden.
Zo liep er op een mooie, zonnige dag een soldaat voor het huis op en neer. Onze moeder had het keukenraam open staan en de soldaat knoopte met haar een gesprek aan over de oorlog. Op een gegeven moment zei de soldaat tegen moeder: Dieser Krieg können wir nie gewinnen, deze oorlog winnen we nooit.
Hoelang het geduurd heeft voordat alles weer enigszins normaal liep, weet ik niet meer. Wel dat aan ’t eind van het schooljaar de hele klas overging naar de vijfde klas en dat dat eerder te maken had met plaatsgebrek in de vierde klas dan met de opgedane kennis.

 

Verzet

Op de St. Gillishof en in de omgeving werd op verschillende manieren verzet gepleegd tegen de bezetters. De zonen van de familie Grooten op de Prickart waren lid van een pilotenlijn. Dit was een groep mensen die piloten van neergestorte vliegtuigen hielp om uit handen van de bezetters te blijven en om ze via de pilotenlijnen terug te voeren naar de geallieerde gebieden. In die tijd had slechts een handvol inwoners een telefoonverbinding. Een van die aansluitingen was bij ons in huis en de groep Grooten maakte hier gebruik van.

In 1943 moesten alle universitaire en hogeschool-studenten een loyaliteitsverklaring ondertekenen dat ze geen tegen het Duitse rijk gerichte acties zouden ondernemen. Deden ze dat niet, dan werden ze opgepakt en naar Duitsland afgevoerd om daar te werken. Om dat lot te ontlopen doken veel studenten onder waar dat maar kon. Zo ook bij ons. De eerste was Jan Boumans uit Heerlen, student aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Zijn ouders hadden een kledingzaak in de Willemstraat in Heerlen. Hoelang hij gebleven is, weet ik niet meer. Toen de Duitsers op een gegeven moment zijn ouders dreigden op te pakken, heeft hij zich gemeld en is hij vertrokken. De tweede onderduiker was Wim Oomen, eveneens student in Wageningen. Ook deze heeft zich uiteindelijk gemeld. Beiden hebben de oorlog overleefd. De vader van Jan Boumans was bijenliefhebber. Tot lang na de oorlog heeft hij bij ons bijenkasten gestald.

Bommen

Tijdens de geallieerde bombardementen op Aken kwamen nu en dan ook bommen in Bocholtz terecht. In de nacht van 3 op 4 mei 1942 was het weer eens zover. In die nacht loosde een vliegtuig zijn last wat vroeg; er kwamen twee bommen op nog geen vijftig meter afstand van de boerderij in de wei erachter terecht en een derde bij onze

buurman Sjeng Steinbusch.

De eerste bom ontplofte direct en gooide een gat van tien meter diep uit de grond, de tweede was een blindgänger, een tijdbom, die ruim vier weken later op 1 juni om één uur in de middag ontplofte. Wij zaten net aan tafel voor het middagmaal. Opeens was er een enorme knal. Creemers, een seizoenswerker die hielp de bieten op te schonen, viel bijna van zijn stoel, iemand schreeuwde ‘de bom!’ en we renden allemaal naar buiten, en jawel hoor, weer een enorm groot gat. Overal lagen bomscherven. Broer Zef pakte er een op en verbrandde zijn hand. De derde bom kwam, zoals gezegd, terecht vlak achter de stal op het sjop van buurman Steinbusch. De zaaimachine lag boven op het dak van de stal. Op de rand van het gat dat de bom had gemaakt bevond zich een kleine stal die als slaapvertrek voor de knechten van Steinbusch was ingericht. Die nacht sliepen er drie jonge mannen, de gebroeders Joep en Gerard Dumont en Sjeng Hameleers. Ze hadden geen schrammetje!

Tijdens een ander bombardement verloor een vliegtuig wat brandbommen. Een stuk of tien kwamen er terecht rondom de boerderij, maar geen enkele viel op de boerderij. Wij hebben veel geluk gehad.

 

De laatste weken van de oorlog

September 1944. Een heel spannende tijd. De Duitsers trokken steeds verder terug. Het troepenverband was toen al heel chaotisch. Zo kon het gebeuren dat er ’s avonds enkele Duitse soldaten voor de deur stonden die dan vroegen of ze in de stal konden slapen. Ze legden hun uitrusting of wat er nog van over was naast zich neer, inclusief wapens, en gingen slapen. Geen wacht, niets. Je had ze zo kunnen doodschieten.

Als er iets meer geformeerde groepen langs kwamen, was het oppassen, dan had je nog te voldoen aan hun bevelen. In deze tijd konden troepen bijvoorbeeld eisen dat je een paard leverde. Op deze manier zijn we de oude merrie Laura kwijtgeraakt. Op zondag 16 september zagen wij rond twaalf uur ’s middags de eerste Amerikaanse soldaten tegenover ons huis in de wei van Martin Huppertz. Die zondagmorgen had de pastoor in de vroegmis gezegd dat hij de parochianen onthief van de zondagsplicht om de mis bij te wonen, omdat de gevechten nu wel heel dichtbij waren.
’s Zaterdags was de Bocholtzerheide al bevrijd. Op zondagmiddag groeven de G.I.’s (de Amerikaanse soldaten) zich in de wei achter de boerderij in.

Ze maakten daarvoor achter de heggen foxholes, kuilen in de grond, dekten die af met alles wat daarvoor geschikt was en gooiden de grond er weer bovenop.

Daarna kropen ze eronder om te schuilen. Er gingen twee G.I.’s in een foxhole: een hield de wacht terwijl de ander sliep.

De oorlog bleek toen toch nog niet voorbij te zijn. De opmars van de Amerikanen naar Aken stopte en als gevolg daarvan bleven Bocholtz en omgeving in de frontlinie liggen. Er waren geregeld over en weer beschietingen met 75-mm-granaten. De G.I.’s stelden een kanon op naast de veldschuur en vuurden tientallen van die joekels af richting Aken en de bunkers op de Vetschauerberg. De Duitsers schoten terug. Hoeveel inslagen er geweest zijn, zou ik niet durven zeggen, maar feit is dat er doden in het dorp vielen, dat de kerktoren meerdere inslagen te verwerken kreeg, en dat rondom de boerderij en de veldschuur een tiental granaten terecht kwam zonder schade aan te richten. De hardste klap die maand viel toen een vliegtuig met kennelijk zware bommen aan boord een kleine 100 meter achter de Herenpaal op Duits grondgebied op de akker van boer Ingelsin neerstortte. Een enorme knal en een gigantisch groot gat waren het gevolg.